NAIEVE KUNST,
oorspronkelijke kunst van (meestal) ongeschoolden, die op ongekunstelde, intuïtieve en aan de kindertekening verwante wijze vormgeven aan hun belevingswereld. Hun verhalende onderwerpen betreffen vooral het !even van alledag en jeugdherinneringen. Door het ontbreken van intellectuele overwegingen ontstaat een sfeer van eenvoud en onschuld.

OUTSIDER ART
,
Engelse benaming voor het Franse Art Brut, (waarschijnlijk) gecreëerd door Roger Cardinal ("Outsider Art", London, 1972). Zie Art Brut. De laatste jaren lijkt het begrip verruimd te worden om alle vormen van beeldende kunst te omvatten, die in hoge mate een persoonlijke expressie is en niet verbonden met de bestaande kunststijlen. Kortom, in hoge mate onbeïnvloed door de artistieke cultuur. Deze eigenschap hebben de Outsiders gemeen met de naïeven, maar het verschil is, dat de naïef zich meer op de buitenwereld richt, terwijl de Outsider meer innerlijke beelden produceert en de fantasie (nog) meer ruimte geeft. Over het algemeen staan de Outsiders kritischer tegenover de menselijke samenleving dan de naïeven en zijn meer geneigd onconventionele middelen voor hun expressie te gebruiken. Het valt te prefereren, dat uiteindelijk al de vormen van spontane en niet-intellectuele beeldende kunst onder de noemer van Outsider kunst gebracht zouden worden.

VERSTANDELIJK GEHANDICAPTEN
,
kunst van. Sinds ongeveer 30 jaar bestaat er belangstelling voor beeldende uitingen van mensen met een verstandelijke handicap (in Nederland sinds 15 jaar). Onder leiding van beroepskrachten produceren zij beeldend werk van divers karakter. Ook onder hen bevinden zich begaafde kunstenaars, die soms tot de Outsiders gerekend kunnen worden. In hoofdzaak wordt veel buitengewoon expressief werk met eenvoudige vormen geproduceerd, vaak verwant aan Cobra, met vrolijke kleuren en expressieve vormdeformaties die wellicht het gevolg zijn

ART BRUT,
benaming gecreëerd door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet voor de beeldende kunst van psychiatrische patiënten en anderen, die niet normaal in de maatschappij kunnen of willen functioneren. Door hun bijzondere ongeremdheid of eigenzinnigheid en hun afstand tot de artistieke cultuur kunnen beelden van frappante originaliteit worden geproduceerd, waarvan inhoud en vorm in belangrijke mate bepaald zijn door de psychische complexen van de maker. De beelden zijn vaak waanvoorstellingen of visioenen en uitdrukkingen van angsten. Zij bevatten veel seksueel en religious geladen symboliek en komen uit de diepere lagen van het bewustzijn. Net als bij de naieve kunst is ook bier het kinderlijke en speelse meestal behouden gebleven. Bijgevolg zijn er kunstenaars, die in beide categorieen vallen (in Frankrijk: Seraphine, in Nederland: Willem van Genk).
Bron: NIco van der Endt    Galeriehouder Galerie Hamer Amsterdam en schrijver

Naiëve kunst, Amateurschilderkunst of Instinctieve schilderkunst, vanaf 1880 In Europa en VS

De naïeve schilder wil een kunstwerk maken, een werkstuk dat geheel  beantwoordt aan de waarneembare werkelijkheid, ook wanneer hij even zijn verbeelding laat gaan.
Hij benadert zijn taak gevoelsmatig en intuïtief. Naïef zien  wie hier tegengesteld aan geschoold, die kunstenaar dus die zijn werk beschouwt als vrijetijdsbesteding, en die niet werkt aan de hand van academische beginselen  van perspectief, anatomie, kleurenkennis, stofuitdrukking is er een andere maatstaf.
Deze kunstenaar kent geen grenzen. Omdat hij scholing, opgelegd inzicht of zelfs talent mist, gaat hij de vooral technische problemen niet uit de weg. Hij overstijgt en doorbreekt ze of hij schakelt ze gewoon in en laat ze in zijn werk typisch en zelfsaantrekkelijk zijn.
Daarom bestaan er binnen de naïeve kunst geen echte scholen, althans geen nauw aflijnbare, doch alleen mensen, personaliteiten.
Deze mensen werken volstrekt geïsoleerd. Ze worden alleen door de kunst- kritiek op een rijtje gezet, soms tegen hun eigen wil. De naïeve schilder is iemand die bij uitstek voor zichzelf werkt, zelden exposeert, geen communicatie zoekt, noch een boodschap wil brengen. Hij observeert zijn onderwerp of beeldt het zich in en hij gaat probleemloos aan het werk. Hij mist in ongeveer de helft van de gevallen technische habiliteit, maar hij omsingelt deze door een koppig doorzetten in vaak stuntelige vormgeving. Vandaar het aantrekkelijke, spontane, het soms een glimlachwekkende, het charmerende, het anekdotische karakter van dat soort werk.
Bij naïeve kunst primeert het literaire, het anekdotische, maar dat wil daarom niet zeggen dat een groot aantal van deze kunstenaars, in het bijzonder degene die toch een zekere opleiding hadden, tot werkelijk aantrekkelijke composities komen, die ook plastisch een bijzondere waarde hebben.
De zogeheten primitieve kunst, die de kubisten met vlag en wimpel binnengehaald hebben, is eigenlijk en nog altijd een naïeve kunst, een natuurlijke, maar stuntelige weer- gave van een werkelijkheid, vaak met hevige gevoelsimpulsen gaande naar onderstrepingen of vervormingen, maar in een concrete weer- gave natuurlijk, zuiver en echt.
Is het intussen niet vreemd en ook verhelderend dat een figuur als Rousseau, die men graag de ‘vader der naïeven’ noemt, deze naam en een bijzondere waardering genoot vanwege de toenmalige avant-gardeartiesten, de eerste kubisten van het begin van deze eeuw, uitgerekend ook kunstenaars die alle academisme of vakopleiding afzwoeren en zelfs wilden vernietigen ? Misschien kan ook de kunst van kinderen hier bijgeschakeld worden ? Omdat ook zij intellectuele vaardigheid, inzicht, scholing en afwerking missen
Een kunstvorm dus die geen grote paleizen haalt, die hoe stuntelig ook en wellicht  juist daardoor ook weer een eigen tragiek en vaak dramatiek impliceert, maar vooral een kunst die voor de maker én voor het publiek voorkomt als een der zuiverste uitingen van een artistiek geladen gemoed. Een kunst die het leven betrapt  in spontaneïteit en in blijheid.
Tekst:  Fernand Bonneure