Stien de Vre werd in 1905 te Amsterdam geboren. Haar ouders waren vroeg gestorven, waardoor zij al op vijfjarige leeftijd met haar oudere zusje in het katholieke weeshuis "De Goede Herder" te Velp werd geplaatst. Het schrikbewind van de Zusters van Liefde zou een onuitwisbare indruk maken. Toen ze een jaar of zestien was hield ze het niet meer uit en zou weglopen. Uiteindelijk legden de autoriteiten er zich bij neer, dat zij zelfstandig zou gaan leven. Tot haar huwelijk had zij allerlei baantjes. Zij werd tot een voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, toen zij er met wat geld van een werkgeefster vandoor ging. Via de reclassering werd zij naaister in een ziekenhuis te Amsterdam, waar zij intern moest verblijven tot een jongeman, op wie zij verliefd was geworden, met haar wilde trouwen. Zij kregen negen kinderen. Een van haar dochters werd kunstschilder en Stien zelf kwam eind jaren zestig op het idee om haar vogeltjes eens te schilderen. Meer  durfde ze niet, tot haar dochter haar aanmoedigde. Daarna ontstond de grote serie met herinneringen aan haar jeugd in het gesticht, waarmee zij veel publiciteit kreeg. De lust tot schilderen was ontwaakt en ook het huidige leven werd in beeld gebracht, veel portretten van de kinderen, de  inmiddels overleden echtgenoot en van de nieuwe vriend, een reis naar California, een dagje naar het strand, het ziekbed van haar moeder, de geboorte van het eerste kind. Stien heeft een levensecht oeuvre nagelaten, met vaak een zeer opvallend gebruik van het vogelvluchtperspectief. In totaal ( ongeveer 100 werken. Stien de Vre signeerde haar werk met P.C. de Vre of ook wel C. de Vre.
Zij overleed  in 1983 in Amsterdam.