Peter Mattheij
werd geboren in 1932 te Arnhem. Zijn vader was kleermaker en later textielhandelaar. Mattheij ging naar het gymnasium, maar de lastige en levenslustige jongen werd van school gestuurd en was daarna enige jaren verkoper in diverse winkels. Hij ging toch weer terug naar school, maar tijdens het eindexamen (ca. 1955) vertrok hij naar Amsterdam, waar hij een baan kon krijgen bij een grote handelsfirma. In 1957 werd hij uitgezonden naar de Dominicaanse Republiek als commercieel medewerker, waar hij twee jaar zou verblijven. Na terugkomst in Amsterdam publiceerde hij over de Dominicaanse Republiek in een bekend weekblad en hij kwam in de perswereld terecht, waar hij o.a. als teletypist, corrector, redactieassistent en journalist werkzaam zou zijn. In 1978 werd hij arbeidsongeschikt en sindsdien leeft hij van een uitkering. De vrije tijd die hierdoor ontstond werd opgevuld met schilderen, wat hij eerder al incidenteel had gedaan. Zijn belangstelling was aanvankelijk meer uitgegaan naar de fotografie. Nu besefte hij, dat hij zich schilderend veel persoonlijker kon uitdrukken. De eerste schilderijen zijn met een expressionistische toets geschilderd, als gevolg van zijn bewondering voor Vincent van Gogh. Toch valt in dit werk al een naïeve detaillering op. Mattheij zegt zelf over een eidetisch geheugen te beschikken en al spoedig ontwikkelde hij een veel verhalender stijl om het Arnhem van zijn jeugd nauwgezet en waarheidsgetrouw te reconstrueren. Tot op heden ontstonden ongeveer 250 schilderijen, die vrijwel zonder uitzondering het vooroorlogse Arnhem tot onderwerp hebben.