Sipke Cornelis Houtman
werd geboren in 1871 te Dokkum. Hij overfeed in 1945 te Amsterdam, waar hij dertig jaar zou hebben gewoond. Als jongen wilde hij al schildcr worden, maar zijn ouders verzetten zich ertegen en hij ging voor onderwijzer studeren. Hij hield het echter niet uit en werd banketbakker. Al op jongc leeftijd begonnen zijn zgn. ontmoetingen met Jezus. Hij vertelde hier altijd vccl van, met grotc, dank-bare verwondering en zijn hoogste geluk bestond daarin, dat God zich dagelijks aan hem openbaarde. Hij had altijd al graag getekend, geschilderd en geschrcven, maar zijn ontmoetingen met de Heer zou hij niet uitbeelden of op schrift stellen, omdat "dit niet oorbaar zou zijn". Met zijn zestigste wordt hij gepensioneerd en leeft in een oudemannenhuis. Nu bcgint hij regclmatig te schilderen, o.a. de binnenplaats van zijn tehuis, een schilderij waarmee hij naam maakte. Ook zijn eigen kamer, stillevens en vooral Amsterdamse stadsgezichten zijn geliefde en veelvuldig gebruikte onderwerpen. De Amsterdamse stadsgezichten schilderde hij vooral voor hen, die in den vreemde een herrinnering aan Holland wilden bezitten. Hij ondervond veel bemoediging van de Amsterdamse kunsthandclaar Carel van Lier. Zijn talent heeft hem zelf zeer vcrbaasd en hij zou dan ook gezegd hebben: "Ik zelf kan niets, mien penseel gaat in 't gebed en dan laat God mij het penseel hanteren". Sipke Houtman behoort met Sal Meijer tot de grote klassieken onder de Nederlandse Naïeven.