Eibert den Herder
werd geboren in 1876 te Harderwijk, de plaats waarin hij ook zou overlijden in 1950. Zijn vader was eigenaar van een vrachtschip en vanaf zijn negende jaar voer hij met zijn vader mee keen en weer naar Amsterdam. In 1903 zette hij een eigen bedrijf op als vishandelaar en later had hij o.a. een vismeelfabriek. Den Herder was ook in de regionale politiek geen onbekende en als vurig tegenstander van afsluiting van de Zuiderzee werd hij zelfs landelijk bekend. Hij is begonnen met schilderen uit lielde voor de geschiedenis van Harderwijk. In 1931 had hij zitting in een "Comite Oudheidkundige Tentoonstelling". Zijn oudst gedateerde schilderij is van 1935. In 1937 zou hij nog een tweetal grote schilderijen hebben gemaakt en de rest van zijn oeuvre in 1944 ten behoeve van een nieuw op te richten Zuiderzeemuseum (dat er niet kwam). Daarna is hij opgehouden met schilderen. Het totaal aantal schilderijen komt volgens de directeur van het Veluws Museum te Harderwijk, waaraan de familie na het overlijden van de schilder de helft van zijn oeuvre heat geschonken, na recente telling uit op 87. Het gaat hier om een curieus oeuvre dat met een educatief doel is geschilderd en daarom waarheidsgetrouwe reconstructies betreft. Vooral de schepen zijn technisch perfect weergegeven. Dit scheepschilderen zou hij hebben geleerd van de beroemde Jozef Israels. Het aantrekkelijkst zijn echter de werken, waar de verteller op dreef raakt en uitweidt in naleve details.