Cees (Cornelis) Groenewoud Kramer
werd in 1918 geboren te Schermerhorn, thans gemeente Schermer. Hij werd opgeleid voor technisch tekenaar, maar zou het beroep nooit uitoefenen. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken en in 1945 ging hij als vertegenwoordiger werken voor de firma van zijn (toekomstige) schoonvader. Daarvoor moest hij veel reizen en onderweg zag hij veel mooie plekjes. Rond 1950 begon hij er schetsjes van te maken om ze in de vrije tijd uit te werken met olieverf in expressionistische stijl. In 1952 ging hij op bezoek bij de bekende kunstcriticus Kasper Niehaus. De ontmoeting deed hem besluiten zich voortaan beroepsmatig aan de kunst te wijden. Niehaus had hem geprezen, maar ook aangeraden gedempter tonen te gebruiken, met okers, zwart en wit. Het resultaat werd een heel eigen, nieuwe verfbehandeling. Hij schilderde nu in lagen, waarbij de bovenste met paletmes werd bewerkt om subtiele openingen te creeren, waardoor de onderlagen blijven meewerken in de visuele eindervaring. Met de bovenste laag begon pas het eigenlijke schilderen, zegt Groenewoud Kramer. Daar werden de details aangebracht, soms pasteus om bladeren en bloemen plastisch te doen uitkomen. Kleuren rond de hoofdvormen werden met lichtere toon geschilderd, zodat het lijkt of ze een innerlijk licht uitstralen. Het totaaleffect is zeer esthetisch, poetisch en met een zekere dosis mystiek. Het werk wordt voorts gekenmerkt door humor en een surrealistische tendens, als produkt van zijn fantasie. Het geziene en gefantaseerde vormen twee kanten van een evenwichtig oeuvre.