Aad Groenendijk 
voorliefde gaat met name uit naar stads-en dorpsgezichten en polderlandschappen. waarbij hij die naar zijn hand poogt te zetten door in zijn schilderijen een sfeer te creëren van een ideale en persoonlijke fantasie- wereld met daarin een verrassend element.
Groenendijk wijst op de verwantschap tussen de naïeve' kunst en het werk van kinderen.
Die uit zich vooral in de ogenschijnlijke ongeoefendheid en het perspectief: een hoge horizon met beeldelementen die boven elkaar zijn geplaatst, terwijl ze in werkelijkheid achter elkaar staan.
De naïeve schilder stoort zich niet, net zomin als het kind, aan de gangbare perspectiefnormen, compositie- leer en kennis van de anatomie.
aad
Ook de volkskunst vertoont duidelijke overeenkomsten met de naïeve kunst.