Cornelis de Geus
werd in 1914 to Noord-Scharwoude (West-Friesland) geboren. Na de lagere school moest hij in de tuinderij van zijn vader werken, maar hield dit maar een jaar uit. Daarna ging hij bij een houthandel in Oudkarspel werken, aanvankelijk als "lattenjongen" in de opslag, maar hij zou zich opwerken tot administrateur. Hij bezocht de Handelsavondschool en volgde een schriftelijke cursus bij de Houtacademie van Amsterdam, waarbij hij zich specialiseerde in tropische houtsoorten. Hij begon rond 1965 met schilderen op aanraden van zijn vrouw, zelf een verdienstelijk amateurschilderes. Hij vond het werken met kleur meteen leuk, maar vond de gelijkenis van zijn uitbeeldingen vaak onbevredigend. Aanvankelijk schilderde hij met olieverf op hardboard, en later vcela I op doek. Na de dood van zijn vrouw, ongeveer tien jaar geleden, schildert hij niet veel meer. Het oeuvre van De Geus valt op door het expressieve koloriet met warme tinten. Hij schilderde meestal de eigen omgeving, maar wel "met de nodige fantasie". In het werk van De Geus is sfeer de hoofdzaak, en niet de natuurgetrouwe weergave. In zijn totaliteit kan men het beseheiden, maar aandoenlijke werk in het grensgebied van naIeve kunst en amateurkunst situeren.