Bram Doorgeest
werd in 1889 te Amsterdam geboren, en overleed er in 1982. Als schoolkind ging hij al graag naar het Rijksmuseum, vooral voor Rembrandt. Hij tekende ook graag, maar op school moest hij voorbeelden natekenen en deed dat slecht. Hij werd ervoor berispt, omdat de onderwijzer meende, dat hij beter kon maar niet wilde. Na de lagere school had hij allerlei baantjes, tot hij zijn plezier in fotograferen ontdekte en hij bij een persbureau ging werken. Op den duur moest hij voor recensies in de krant schilderijen fotograferen en zag veel eigentijdse kunst, die hij maar niet kon waarderen. Toen hij ongeveer 30 jaar was begon hij zelf te schilderen, maar liet niemand iets zien uit vrees uitgelachen te worden. Natekenen kon hij nog steeds niet, en toen hij eenvoudigweg uit zijn geheugen begon te werken lukte het schilderen veel beter. In 1937 werd hij zelfstandig fotograaf en kreeg meer vrije tijd om te schilderen. In 1966 werd hij door Dr. Louis Gans ontdekt, die voor de VARA een wedstrijd voor zondagsschilders organiseerde. Hij zou er opvallen en een prijs winnen. Daarna kwamen nog vele exposities, maar rond 1970 moest hij stoppen met schilderen, omdat zijn handen de verf niet meer konden verdragen. Toen heeft hij nog enige tijd houtsculpturen vervaardigd. Hij is naar eigen zeggen door het schilderen "een gelukkig mens" geworden. Kunstcriticus Hans Redeker noemde hem eens "een van de meest authentieke naieven", maar men kan Doorgeest ook een nazaat van de schilders van de Haagse School noemen, zij het wel een schilder, die met eigenzinnigheid de ingeving van het eigen hart heeft gevolgd.