Anna Katharina Brand (met roepnaam Annakaatje) werd geboren in 1896 te De Hoef, een gehucht bij Mijdrecht. Zij groeide op als wees bij haar grootmoeder en al spoedig bleek, dat het kind niet normaal was, en men spreekt van leer- en communicatieproblemen. Vermoedelijk gaat het hier om een autistische persoonlijkheid. Al vroeg toonde zij een bijzonder talent voor tekenen te bezitten en via een psychiater kwamen tekeningen terecht bij de directeur van  s Rijks Prentenkabinet. Zijn dochters zouden werk nalaten aan het Museum de Stadshof te Zwolle. Na de dood van de grootmoeder woont zij nog enige tijd bij andere familieleden te Zwanenburg, maar zij wordt al vroeg opgenomen in een tehuis voor verstandelijk gehandicapten te Zwammerdam, waar zij ook uiteindelijk zou overlijden. Haar werk is overigens bepaald niet typisch voor dat van verstandelijk gehandicapten. Zij toont vooral in het vroege werk een opmerkelijk gevoel voor ruimtelijkheid. Enkele zeer grote tekeningen vallen op zowel door een zekere monumentaliteit van vorm als door het oog voor detail. De onderwerpen tonen haar grote liefde voor de natuur, waarin zij opgroeide. Paarden, koeien, eenden, vlinders en bloemen bekoren haar en een enkele maal I verschijnt verrassenderwijs een fantasiekasteel in beeld. Het latere werk lijkt minder geïnspireerd en meer het resultaat van natekenen. Zij overlijdt in het tehuis te Zwammerdam in 1978.